Organisatie | Wetgeving en ethiek | De ethische commissie

Om de wetenschappelijke kwaliteit en de maatschappelijke relevantie van het onderzoek dat op het BPRC wordt verricht te garanderen, worden de ethische aspecten van het onderzoek getoetst. Deze toetsing die wettelijk verplicht is wordt uitgevoerd door de Dierexperimentencommissie (DEC).

De ethiek is de studie die zich bezighoudt met morele vraagstukken. De ethiek houdt zich dus bezig met het oordelen over zaken.

Om tot een deskundig en evenwichtig oordeel te komen, heeft de DEC de beschikking over deskundigen op het gebied van dierproeven, alternatieven voor dierproeven, dierenbescherming en -welzijn en toegepaste (bio-)ethiek. De proefdierdeskundige die krachtens artikel 14 van de wet is aangesteld bij het BPRC, is permanent adviseur van deze commissie.

De DEC controleert de gedetailleerde informatie die is verstrekt door de personen die het onderzoek gaan uitvoeren (een overzicht van bepaalde gegevens die moeten worden verstrekt vindt u hier). Vaak heeft de commissie meer informatie nodig voordat ze tot een beslissing kan komen.

Met grote zorgvuldigheid beoordeelt de DEC de wetenschappelijke waarde van het onderzoek en het nut dat het onderzoek voor de mens kan hebben. De commissie beoordeelt de ethische rechtvaardiging van het gebruik van dieren en weegt de belangen van de mens af tegen de belangen van het dier.

Als het belang van een onderzoek niet opweegt tegen het ongerief dat het onderzoek bij de dieren zal veroorzaken, wordt het onderzoek afgewezen (zelfs wanneer de wetenschappelijke kwaliteit hoog is).

De DEC verstrekt een formeel advies aan de directeur van het BPRC. Als de DEC een onderzoek heeft goedgekeurd, wordt er een schriftelijke bevestiging naar de directeur van het BPRC gestuurd. De wet bepaalt dat de directeur beschikt over de vergunning voor het verrichten van dierproeven voor het hele instituut (de vergunning wordt verleend door het Ministerie van VWS).

Nadat ook de directeur het protocol heeft goedgekeurd, op basis van het advies van de DEC, kan het onderzoek van start gaan. De Nederlandse wet bepaalt dat al deze procedures zorgvuldig moeten worden gevolgd.

Een andere belangrijke functie van de DEC is het beoordelen van voorgestelde wijzigingen van het protocol nadat het is goedgekeurd. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat er in de loop van een onderzoek nieuwe informatie beschikbaar komt die kan leiden tot betere wetenschappelijke resultaten of die het welzijn van de dieren in het onderzoek kan bevorderen (of beide).

Er kunnen ook onverwachte problemen optreden waardoor de plannen moeten worden gewijzigd. De DEC moet op de hoogte worden gesteld van alle voorgestelde wijzigingen. Vervolgens beoordeelt de DEC de wijzigingen, terwijl het onderzoek doorgaat.