Organisatie | Wetgeving en ethiek | De Nederlandse wetgeving

Wetten op dierproeven

Het ministerie dat primair verantwoordelijk is voor deze wetten is het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). U kunt een publicatie van VWS over dierproeven in Nederland downloaden vanaf de website van de Keuringsdienst van Waren
(Pdf, 822 KB)

De huidige Wet op Dierproeven werd afgekondigd op 12-01-1977 (Stbl. 67) en trad in werking op 22-02-1977 (kamerstuk 10589).

Sindsdien heeft deze wet de volgende aanpassingen ondergaan:
11-02-1988: Stbl. 77
30-05-1990: Stbl. 222
04-06-1992: Stbl. 422
16-12-1993: Stbl. 650
22-06-1994: Stbl. 573
10-07-1995: Stbl. 355
12-09-1996: Stbl. 500
21-11-1996: Stbl. 565
06-12-1997: Stbl. 63
06-11-1997: Stbl. 510

De volgende voorgestelde aanpassingen zijn in behandeling:
Kamerstukken: 28503
Artikelen: 10A, 10E, 25

De wet werd als volgt ingevoerd:
Datum: 23-02-1977
Artikel(en): 18
Bron: 12-02-1977, Stbl. 67

Datum: 01-09-1980
Artikel(en): 1, 10, 13, 16, 17, 20 t/m 25, 28 en 29
Bron: 04-07-1980, Stbl. 411

Datum: 01-01-1986
Artikel(en): 2 (deel 1 en 3), 4 t/m 9, 11, 12, 14, 15 en 27
Bron: 10-12-1985, Stbl. 735

Datum: 01-07-1989
Artikel(en): 2 (deel 2) en 3
Bron: 10-12-1985, Stbl. 735

Nog niet ingevoerd:
Artikel: 26

Niet ingevoerd:
Artikel: 19

Op Europees niveau zijn de Conventie ETS 123 en Richtlijn 86/609/EEG van kracht.

Deze regels hebben betrekking op de vereiste deskundigheid van onderzoekers (artikel 9), de deskundige die toezicht houdt op het welzijn van de proefdieren (artikel 14) en de dierenverzorgers en biotechnici (artikel 12) die betrokken zijn bij dierproeven en bij het fokken en verzorgen van dieren.

Het BPRC heeft een vergunning voor het verrichten van dierproeven van het Ministerie van VWS. Alle onderzoeksvoorstellen waarbij gewervelde dieren zijn betrokken moeten echter vooraf worden goedgekeurd door een erkende ‘Dierexperimentencommissie’ (DEC) voordat het onderzoek van start kan gaan. Deze commissie kan ook een voorwaardelijk of negatief advies uitbrengen. De eisen die aan de leden van deze commissie worden gesteld, waaronder bepalingen die moeten garanderen dat de commissie onafhankelijk van het onderzoeksinstituut is, worden duidelijk omschreven in de Wet op Dierproeven.

De onderzoekers van het BPRC maken alleen gebruik van dieren die voor onderzoeksdoeleinden zijn gefokt en die bij voorkeur uit de kolonie op het BPRC afkomstig zijn. Indien dit niet mogelijk is, worden apen gekocht van erkende fokcentra in Europa, Azië of de Verenigde Staten. Het importeren en exporteren van apen is gebonden aan strenge regels en valt onder de CITES-overeenkomst voor de bescherming van uitheemse diersoorten die door Nederland is ondertekend.