Een therapeutische antistof tegen experimentele MS in marmosets toont twee tegengestelde effecten

26 augustus 2015

BPRC - 1. Een therapeutische antistof tegen experimentele MS in marmosets toont twee tegengestelde effecten

In een muismodel voor multiple sclerose (MS), was een therapeutisch antilichaam tegen een stof van het immuunsysteem, IL-7, 100% effectief in het voorkomen van ziekte. BPRC wetenschappers hebben nu de werkzaamheid van deze antistof bepaald in apen.

Bij muizen kan kunstmatig geïnduceerde hyperreactiviteit van het immuunsysteem leiden tot een op MS- gelijkende ziekte. In dit muismodel, was behandeling met antistoffen tegen IL-7, een component van het immuunsysteem, in 100% van de dieren effectief. Dit wijst op een belangrijke functie van IL-7 in de ziekteprogressie van MS. In tegenstelling tot deze ingeteelde muizen die vrij zijn van specifieke ziekteverwekkers, zijn marmosets niet aan inteelt onderworpen en hebben ze een milieu met ziekteverwekkers dat lijkt op dat van mensen. Het marmoset model voor MS heeft een aantal belangrijke kenmerken die lijken op die van MS bij de mens. Om te bepalen of de 100% effectiviteit van de behandeling in muizen kan worden gereproduceerd in het marmoset model, werd experimentele MS geïnduceerd bij marmosets en het effect van de therapeutische antistof werd bepaald. 

Bij dieren waarvan het controledier kort na inductie MS ontwikkelde, was de behandeling zeer effectief want de aanvang van het ziekteproces was vertraagd. Echter, in dieren die slecht reageerden op de behandeling, werden opmerkelijk tegengestelde effecten waargenomen die klachten in het ruggenmerg veroorzaakten. Dit werk, gepubliceerd in het Journal of Neuroimmune Pharmacology (http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26260924), toont slechts gedeeltelijk dezelfde veelbelovende resultaten die waren verkregen met de antistof behandeling bij muizen. Dit onderstreept het belang om veelbelovende therapieën naast knaagdieren ook te testen in apen. Deze resultaten suggereren dat een subpopulatie van MS-patiënten zou kunnen profiteren van deze behandeling, maar tonen ook aan dat meer werk nodig is voordat deze antistoffen in mensen kunnen worden getest.