Een verklaring voor het werkingsmechanisme van het anti-MS middel natalizumab

14 februari 2013

BPRC - 1. Een verklaring voor het werkingsmechanisme van het anti-MS middel natalizumab

Natalizumab (Tysabri®) is een effectief medicijn voor de behandeling van multiple sclerose (MS). Natalizumab voorkomt de infiltratie van witte bloedcellen in het brein van MS patiënten. Het doet dit door te binden aan twee eiwit-varianten: alpha4beta1 en alpha4beta7. Het alpha4beta1 eiwit is verantwoordelijk voor de verminderde entree van witte bloedcellen in het brein. Het alpha4beta7 eiwit is voornamelijk betrokken bij witte bloedcel infiltratie in de darmen, maar de rol van alpha4beta7 bij de infiltratie in het brein was nog onduidelijk. BPRC onderzoek geeft duidelijkheid.

Natalizumab wordt, behalve voor de behandeling van MS, ook ontwikkeld voor de behandeling van chronische darmontstekingen, Crohn’s disease en Ulcerative Colitis. Echter, natalizumab heeft een zeldzame, maar zeer desastreuze bijwerking. Langdurige behandeling met natalizumab leidt tot verminderde entree van witte bloedcellen in de hersenen, wat in combinatie met de aanwezigheid van een bepaald virus kan leiden tot ernstige schade aan het centrale zenuwstelsel (een situatie die bijvoorbeeld in aids patiënten kan voorkomen). Dit maakt natalizumab minder geschikt voor de behandeling van darmaandoeningen, waarvoor de blokkade van alpha4beta1 (dat immers zorgt voor verminderde entree in het brein) helemaal niet van belang is.

Onderzoekers hebben een antilichaam, genaamd vedolizumab, tegen alpha4beta7 ontwikkeld. Dit is een effectieve behandeling voor de chronische darmaandoeningen. In deze studie hebben wij onderzocht of het klopt dat vedolizumab inderdaad niet leidt tot verminderde witte bloedcel infiltratie in het brein. Bovendien is de effectiviteit van het middel natalizumab tegen een experimentele vorm van MS in rhesusapen vergeleken met de werking van vedolizumab.

Het bleek dat natalizumab zeer effectief was in het vertragen van de aanvang van de eerste klinische verschijnselen. Daarentegen was de behandeling met vedolizumab niet effectief in het vertragen van de ziekte. Omdat vedolizumab alleen het alpha4beta7 eiwit blokkeert, en niet alpha4beta1, kan worden geconcludeerd dat alpha4beta7 niet betrokken is bij de witte bloedcel infiltratie in het brein. Dit betekent dat patiënten met Crohn’s disease en Ulcerative Colitis die behandeld worden met vedolizumab geen risico lopen op de fatale complicatie zoals die soms gezien wordt bij de behandeling met natalizumab. Dit werk is gepubliceerd in het blad ‘Journal of Immunology’.