Genetische signalen van de moeder beïnvloeden expressie van genen van het ongeboren kind in de placenta

20 juni 2017

BPRC - 1. Genetische signalen van de moeder beïnvloeden expressie van genen van het ongeboren kind in de placenta

Iedere lichaamscel bevat in principe hetzelfde DNA, de genetische code waarin is is vastgelegd welke eiwitten de cel kan produceren. Doch welke eiwitten worden aangemaakt verschilt aanzienlijk tussen cellen van verschillende weefsels. Zo ook op welk moment dit gebeurt en in welke mate wordt op een complexe manier op verschillende niveaus gereguleerd. Zo kunnen bepaalde moleculen zoals methylgroepen, aan specifieke delen van het DNA binden. Een dergelijke genetische modificatie leidt veelal tot onderdrukking van de het overschrijven van het gen en de daarbij bijbehorende eiwitproductie.

In een bevruchte eicel is zowel DNA aanwezig dat afkomstig is van de moeder als van de vader. Tijdens de ontwikkeling van bevruchte eicel tot embryo worden de genetische markeringssignalen van beide ouders grotendeels opnieuw geprogrammeerd. In specifieke gebieden van het DNA blijven de eerder genoemde genetische modificaties afkomstig van de vader of moeder echter intact.

Om een beter beeld te krijgen van het lot van de genetische markeringen gedurende de embryonale ontwikkeling hebben onderzoekers verschillende datasets gemaakt op verschillende momenten in de ontwikkeling met elkaar vergeleken. Ze vonden dat veel van de moeder afkomstige genetische modificaties niet werden gewist en bleven bestaan in de placenta. Deze markeringen hadden in een aantal gevallen direct invloed op de expressie van naastgelegen genen. Uit het onderzoek, waaraan BPRC wetenschappers hebben bijgedragen, blijkt dat op dit vlak er grote overeenkomsten bestaan tussen mens en apen, terwijl de verschillen met knaagdieren als muizen beduidend groter zijn. Of de bevindingen van dit werk, dat is gepubliceerd in het vooraanstaande blad PlosGenetics (http://journals.plos.org/plosgenetics/article?id=10.1371/journal.pgen.1006427), verband houden met het verloop van een zwangerschap moet nog verder worden onderzocht.