Inzicht in de werkzaamheid van een vaccin tegen Hepatitis C

7 mei 2014

BPRC - 1. Inzicht in de werkzaamheid van een vaccin tegen Hepatitis C

Een vaccin dat vooraf gegeven wordt om te beschermen tegen een (levensbedreigende) infectieziekte, heeft als taak het immuunsysteem op te leiden en te voorzien van de juiste bewapening voor het geval de infectie daadwerkelijk plaats vindt. Het wordt steeds duidelijker dat de genetische achtergrond van de patiënt een belangrijke rol speelt in de werkzaamheid van vaccins. Het immuunsysteem moet niet alleen het juiste onderdeel van het virus aanvallen maar ook de juiste tools in handen hebben om te kunnen vechten. BPRC onderzoekers hebben hiervoor nieuwe bewijzen gevonden in een studie met opgeslagen cellen van chimpansees die waren gevaccineerd tegen Hepatitis C.

Het hepatitis C virus (HCV) veroorzaakt onomkeerbare leverschade in mensen en wordt in de meeste gevallen niet spontaan verwijderd door het immuunsysteem. Omdat het virus in eerste instantie geen tot weinig klinische klachten veroorzaakt worden patiënten vaak pas laat, soms na 30 jaar, geconfronteerd met het feit dat zij drager zijn van HCV. In de tussenliggende tijd heeft het virus (soms fatale) schade toegebracht aan de lever.

Tot op heden bestaat er geen vaccin dat mensen kan beschermen tegen HCV infectie. Naast mensen zijn chimpansees de enige dieren die op een normale manier geïnfecteerd kunnen worden met HCV en tien jaar geleden heeft het BPRC dan ook een veelbelovend vaccin getest in deze dieren. Van de vier chimpansees die het vaccin destijds toegediend kregen, was er echter maar een dier dat beschermd was tegen langdurige infectie. In mensen zou dit soort bescherming waarschijnlijk voldoende zijn om leverschade te voorkomen en daarom was het van groot belang te onderzoeken waarom dit ene dier anders reageerde dan de andere drie. Experimenten met mensapen zijn al jaren niet meer toegestaan  in Nederland maar met behulp van destijds in de vriezer opgeslagen cellen kunnen er nog steeds waardevolle experimenten worden gedaan. Deze experimenten hebben laten zien dat het immuunsysteem van alle vier de dieren juist was opgeleid om HCV te bestrijden, alleen dat de zogenaamde cytotoxische T-cellen van het beschermde dier beter waren uitgerust om het virus aan te vallen. Deze betere uitrusting hebben we kunnen koppelen aan een heel klein onderdeel van het genetisch materiaal van deze individuele chimpansee, het MHC-molecuul met de naam Patr-A*0301. Het belang van deze bevinding, gepubliceerd in PlosOne,wordt onderstreept door het feit dat HCV-patiënten met een betere prognose een MHC molecuul hebben dat hier enige gelijkenis mee heeft. Dit is de eerste keer dat deze twee genetische factoren met elkaar verbonden zijn in de context van een HCV-vaccin. Mogelijk kan het een stap zijn naar de ontwikkeling van een goed werkend vaccin dat mensen beschermt tegen de gevolgen van HCV infectie.