Nieuwe geneesmiddelen blijken Plasmodium vivax-type malaria te kunnen voorkomen, maar niet genezen

29 maart 2016

BPRC - 1. Nieuwe geneesmiddelen blijken Plasmodium vivax-type malaria te kunnen voorkomen, maar niet genezen

Meer dan de helft van het aantal malaria gevallen buiten Afrika wordt veroorzaakt door de malaria parasiet Plasmodium vivax. Een complicatie bij de behandeling vormt de aanwezigheid van slapende stadia in de lever die na weken tot jaren een nieuwe malaria aanval in het bloed en daardoor ziekte kunnen veroorzaken. Er is slechts één geneesmiddel na een lange kuur effectief tegen deze stadia. Dit middel heeft bij een grote groep mensen ernstige bijwerkingen. Wetenschappers werken daarom aan de ontwikkeling van nieuwe middelen tegen deze stadia.

Er bestaat nog geen kweeksysteem voor Plasmodium vivax dat geschikt is om op grote schaal geneesmiddelen te testen. De enige manier om dit te kunnen doen is door gebruik te maken van een nauw verwante apenmalaria parasiet, Plasmodium cynomolgi. Deze parasiet heeft veel biologische overeenkomsten met de mensenparasiet, waaronder de vorming van slapende stadia. BPRC onderzoekers hebben eerder een in vitro test ontwikkeld waarin ze de activiteit van geneesmiddelen tegen slapende stadia konden bepalen. (http://www.bprc.nl/nl/artikel/nieuwe-methode-om-activiteit-geneesmiddelen-tegen-slapende-malaria-leverstadium-parasieten-te-testen) Hierin vonden de onderzoekers een middel dat zeer actief was tegen alle malaria parasieten in de lever, inclusief de slapende stadia. Dit middel hebben ze nu getest in resusapen.

Ze bepaalden de activiteit van het middel op twee verschillende momenten in de infectie. Toediening van het middel vlak na de injectie van de parasiet bleek volledig te kunnen voorkomen dat er parasieten in het bloed terechtkwamen. Toediening op een veel later tijdstip bleek echter geen meetbaar effect te hebben op de oudere slapende stadia; deze slapende vormen konden gewoon weer uitgroeien en een nieuwe bloed infectie geven. Uit dit werk blijkt dat de huidige in vitro test wel de activiteit van middelen die malaria kunnen voorkomen aantoont, maar daarmee staat nog niet vast dat die middelen ook bestaande infecties kunnen opruimen. Daarom zal de in vitro test moeten worden aangepast zodat ook de activiteit op oudere slapende stadia in vitro kan worden getest, voordat de middelen in vivo in apen worden getest. Dit werk is gepubliceerd in het blad Antimicrobial Agents and Chemotherapy (http://aac.asm.org/content/early/2016/02/23/AAC.03080-15.long)