Verschillen in gevoeligheid voor de ziekte van Parkinson in de penseelaap

12 mei 2016

BPRC - 1. Verschillen in gevoeligheid voor de ziekte van Parkinson in de penseelaap

De ziekte van Parkinson (PD) is, naast de ziekte van Alzheimer, een van de meest voorkomende aandoeningen van het centraal zenuwstelsel. Ofschoon leeftijd een belangrijke risicofactor is, is de precieze oorzaak nog steeds niet bekend. Mogelijk spelen meerdere factoren een rol. Opvallend is dat niet iedereen PD ontwikkelt. Deels speelt een genetische component bij een kleine groep patiënten een rol, maar van het merendeel van de patiënten is de oorzaak voor het verschil in gevoeligheid voor PD grotendeels onbekend.

Om het ziekteverloop van PD beter te kunnen doorgronden, is het belangrijk meer inzicht te krijgen in de mechanismes die een rol spelen in de gevoeligheid voor PD. Dit kan belangrijke aanknopingspunten bieden voor therapie ontwikkeling om de verdere progressie van de ziekte af te remmen. Binnen BPRC is daarom de gevoeligheid voor PD bestudeerd in een aap model voor PD.

PD kan via een toxische stof MPTP geïnduceerd worden in de marmosetaap. MPTP is een bijproduct van de synthese van heroïne waarvan de schadelijke effecten op de hersenen in de jaren 80 bij jonge drugsgebruikers is ontdekt. De ziekte verschijnselen waren niet te onderscheiden van PD. Vanaf  dat moment is MPTP toegepast om PD te onderzoeken. Marmosetapen die MPTP krijgen toegediend ontwikkelen allemaal PD.

Er bleken echter wel belangrijke verschillen te zijn in de mate waarin de PD symptomen voorkwamen. De mate van vatbaarheid voor PD bleek in dit model samen te hangen met het niveau van een bepaalde neurotransmitter (een signaalstof die zenuwimpulsen overdraagt). Bovendien bleek de vatbaarheid voor PD van dieren uit dezelfde familie steeds even groot te zijn, wat een familiaire gevoeligheid suggereert. Dit onderzoek, beschreven in het blad “Neurodegenerative Diseases” (http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26999593) biedt nieuwe mogelijkheden om het ontstaan van PD beter te kunnen begrijpen waarbij de individuele variatie in gevoeligheid voor PD in ogenschouw kan worden genomen. Dit kan belangrijk zijn voor de diagnose en behandeling van PD in mensen.