Het belang van een database met informatie over antilichamen, om beter de werking van vaccins te voorspellen

Onderzoekers bij BPRC hebben onderzocht welke antilichamen er aanwezig zijn in de apen uit onze kolonie en deze gegevens zijn toegevoegd aan een bestaande database met gegevens uit andere apenkolonies. Hierdoor konden antilichamen die in apen ontstaan na het doormaken van een virusinfectie nauwkeuriger worden beschreven. Dit helpt om beter te voorspellen of vaccins goed zullen werken bij mensen.
Eerst wat achtergrond. Vaccins trainen ons afweersysteem voordat infecties plaatsvinden, zodat die milder verlopen. Voordat vaccins veilig gebruikt kunnen worden, moeten ze worden getest op bijwerkingen en op de afweerreacties die ze oproepen. Dit gebeurt deels in proefdieren.
Waarom apen?
Het ontstaan van een afweerreactie vindt vaak op een andere plek in het lichaam plaats dan de infectie. Dus is het hele lichaam van belang en dit is nog niet voldoende met weefselkweek na te bootsen. Ook kunnen onverwachte bijwerkingen ontstaan in andere organen. De aap is het meest verwant aan de mens en heeft een afweersysteem dat ook het sterkst met de mens overeenkomt. Daardoor geeft het testen van een vaccin in de aap de best voorspellende waarde voor goede werking in de mens.
Database
Voor het goed in kaart brengen van de afweer bij apen (ontstaan door vaccinatie of infectie), is gedetailleerde kennis van dit afweersysteem noodzakelijk. Ons huidige onderzoek was daarom gericht op het karakteriseren van de antilichamen die in elk dier aanwezig zijn. Deze gegevens zijn toegevoegd aan een al bestaande database met gegevens van apen uit een andere kolonie. Met deze kennis kunnen vaccins uitgebreider worden getest en kunnen we beter voorspellen of die ook goed in de mens zullen werken.
Wat we ontdekten
Java-apen komen oorspronkelijk uit diverse geografische regio’s en hierdoor zijn er genetische verschillen ontstaan tussen de dieren. Dit kan ook hebben geleid tot verschillen in aanwezige antilichamen. In de huidige studie hebben wij de antilichamen van een aantal dieren uit onze kolonie gekarakteriseerd. Hierbij werden een groot aantal nog niet eerder beschreven antilichamen gevonden.
In een BPRC-fokgroep is er vaak maar één alfaman, die dan meerdere nakomelingen heeft. Er is dan ook vaak sprake van onderlinge verwantschap bij de dieren en dit kan van invloed zijn op de resultaten bij het testen van vaccins. Wij ontdekten echter dat ook binnen een groep van onderling verwante dieren de variatie in antilichamen nog steeds groot is. Het gebruik van verwante dieren is daarom niet een probleem.
Het belang
Met een nauwkeurige beschrijving in een database van antilichaamreacties tegen een ziekteverwekker, bijvoorbeeld het griepvirus, is het mogelijk om de reactie die door vaccinatie ontstaat beter in kaart te brengen. Hierdoor kunnen we beter beoordelen of het vaccin de gewenste afweerreactie oproept en kunnen in de toekomst betere vaccins tegen bijvoorbeeld het griepvirus worden ontworpen.
Lees de publicatie in Immunogenetics.
