Home Nieuws Minister Letschert brengt werkbezoek aan het BPRC

Minister Letschert brengt werkbezoek aan het BPRC

Geplaatst op 27-8-2026 , in categorie Nieuws
Scherm­afbeelding 2026 08 27 om 15.53.25

Minister Letschert van OCW was donderdag op werkbezoek bij het BPRC. Hier bezocht zij onder andere de apenkolonie en sprak zij onderzoekers over alternatieven voor dierproeven en het niet voortijd afbreken van de zorgvuldig opgebouwde onderzoeksinfrastructuur. De ambitie van het instituut om meer onderzoek zonder dieren mogelijk te maken, onderschrijft ze.

Op 15 oktober staat een Kamerdebat over dierproeven gepland. Het bezoek aan het BPRC neemt Rianne Letschert mee in haar voorbereiding. Ze begon haar bezoek in de geavanceerde laboratoria van het biomedisch onderzoeksinstituut. Daar bekeek ze onder meer organoïden: gekweekte celstructuren waarmee processen in het lichaam kunnen worden nagebootst. 

Nieuwe methoden maken steeds meer onderzoek naar ziektes en medicijnen mogelijk, maar zoals met alle onderzoek gaan de ontwikkelingen niet razendsnel. “We moeten kleine stapjes waarderen”, antwoordde Magdalena Lorenowicz, hoofd van de groep advanced in vitro modelling systems, op de vraag van de minister of ze dat niet moeilijk vindt om te accepteren.

Daarna ging ze met hoogleraar Jan Langermans, hoofd van het Animal Sciences Department en Nelleke Verhave, voorzitter van de Dierexperimentencommissie (DEC) van het BPRC, naar de apenkolonie.

Jan vertelde over de sociale groepen waarin de dieren leven, hun huisvesting en verrijking. Nelleke lichtte toe hoe de DEC naar een onderzoeksvoorstel kijkt: kan de vraag op een andere manier worden beantwoord, kan het met minder dieren en hoe kan het onderzoek verder worden verfijnd?

Welke afwegingen aan een onderzoek met apen voorafgaan, lichtte Nelleke toe. Kan een onderzoeksvraag op een andere manier worden beantwoord? Kan het met minder dieren? Die vragen staan centraal in de 3 V’s: vervanging, vermindering en verfijning van dierproeven. Dierenarts Annemiek Maaskant vertelde over de veterinaire zorg voor de dieren en over haar promotieonderzoek naar welzijnsverbeteringen voor de dieren, bijvoorbeeld op het gebied van voeding. 

Klaarstaan voordat er een crisis is

Na de rondleiding gaf algemeen directeur Merel Langelaar een presentatie over het onderzoek en de infrastructuur van het BPRC. Eén van de onderwerpen was pandemische paraatheid: zorgen dat kennis, mensen en faciliteiten beschikbaar zijn voordat een nieuwe gezondheidscrisis uitbreekt.

Ook in Europees perspectief heeft het BPRC een strategische positie. Het is een van twee Europese primatenonderzoekscentra met een eigen fokkolonie van ruim 900 apen. Die eigen kolonie en de opgebouwde expertise bieden continuïteit voor onderzoek dat je niet pas kunt organiseren wanneer een nieuwe gezondheidscrisis uitbreekt.

De coronapandemie maakte dat belang goed duidelijk. Toen SARS-CoV-2 zich over de wereld verspreidde, waren de gespecialiseerde medewerkers, onderzoeksmodellen, high-containmentfaciliteiten en internationale samenwerkingsverbanden bij het BPRC al aanwezig. Daardoor kon het instituut snel in actie komen en werd onder meer de werkzaamheid van het Janssen-vaccin getest. 

Juist dat voorbeeld bleef bij de minister hangen. Kennis en infrastructuur die decennialang zorgvuldg zijn opgebouwd, kun je immers niet pas organiseren op het moment dat een nieuwe infectieziekte zich aandient.

Malariaonderzoeker Annemarie Voorberg liet zien hoe traditionele en nieuwe onderzoeksmethoden daarbij steeds meer samenkomen. Zo kunnen 2D- en 3D-modellen van de levercellen van apen worden gebruikt om potentiële medicijnen te onderzoeken en te selecteren. Pas na deze voorselectie, volgt onderzoek in een aap.

De puzzel van long covid

Hoe belangrijk die combinatie van onderzoeksmethoden is, wordt duidelijk bij long covid. Met geavanceerde beeldvorming kan hetzelfde dier langere tijd worden gevolgd. Zo kunnen onderzoekers zien wat er tijdens én lang na een infectie in het lichaam verandert.

Imagingspecialist Marieke Stammes vertelde dat dezelfde beeldvormende techniek inmiddels ook wordt gebruikt bij patiënten met long covid. Dat levert informatie op die bij patiënten alleen moeilijk te verkrijgen is. Van iemand die long covid ontwikkelt, zijn meestal geen scans beschikbaar van vóór de infectie. In een diermodel kan het ziekteproces wel vanaf het begin worden gevolgd. Door beide soorten onderzoek naast elkaar te leggen, ontstaan nieuwe puzzelstukjes over wat long covid precies is.

De coronapandemie liet zien hoe nauw infectieziekten en de gezondheid van de hersenen kunnen samenhangen. Infecties kunnen langdurige gevolgen hebben voor de hersenen. Daarom komen infectieonderzoek en onderzoek naar veroudering, Parkinson en Alzheimer bij het BPRC samen.

Afdelingshoofd Neurobiologie en Veroudering Jinte Middeldorp vertelde over onderzoek naar gezonde veroudering, maar ook de risico's op het ontwikkelen van Parkinson en Alzheimer. Binnen het BPRC kunnen daarbij metingen tijdens het leven worden verbonden met biomarkers, hersenweefsel, biobankmateriaal en historische data.

Een verzameling organoïden is nog geen compleet lichaam

Magdalena Lorenowicz zien wat met nieuwe innovatieve onderzoeksmodellen al mogelijk is. Maar een organoïde is nog geen volledig orgaan en een verzameling organoïden is nog geen compleet lichaam.  

Een belangrijke rol is weggelegd voor de validatie van organoïden die gemaakt zijn van humane cellen. Omdat we het onderzoek naar ziekteprocessen en ook naar medicijnen in een organoïde kunnen verifiëren in het hele dier kunnen we daarmee ook goed voorspellen of de resultaten van hetzelfde onderzoek met een menselijke organoïde voldoende bewijs levert voor bijvoorbeeld de veiligheid en werkzaamheid van een nieuw geneesmiddel. Of dat het voldoende inzicht geeft in een ziektebeeld zoals je dat ziet in het gehele organisme, de mens. 

Voor de minister leidde dat tot een fundamentele vraag: wat is dan straks de niche van het BPRC? Het antwoord zit voor een belangrijk deel in de combinatie. Nieuwe modellen worden gebruikt waar dat kan. Tegelijkertijd kan informatie uit onderzoek in een compleet organisme helpen om te bepalen hoe betrouwbaar zo’n nieuw model is. 

Wat de precieze inhoudelijke niche dan gaat zijn laat zich slecht voorspellen. Langermans noemde orgaantransplantatie als voorbeeld. Het BPRC heeft daar veel onderzoek naar gedaan. Inmiddels is die kennis vertaald naar de kliniek en is dat onderzoek bij het BPRC niet meer nodig. 

Niet afbreken voordat het kan

Die ontwikkeling wil de minister versnellen. Investeren in alternatieve onderzoeksmethoden kan ervoor zorgen dat steeds meer onderzoek met minder of zonder dieren kan worden uitgevoerd.

Maar daar hoort voor haar een belangrijke voorwaarde bij. Bestaande capaciteit afbouwen voordat nieuwe methoden dezelfde noodzakelijke informatie kunnen leveren, vindt ze niet verantwoord. 

Voor het BPRC komen die twee ambities samen: nieuwe onderzoeksmethoden ontwikkelen en gebruiken waar dat kan, en tegelijkertijd de kennis, expertise en infrastructuur behouden voor onderzoeksvragen op het gebied van de complexiteit van het gehele organisme, en waar bewijs voor werkzaamheid en veiligheid van nieuwe geneesmiddelen dit verlangt. 

‘Dat is niks om voor te schamen’

Aan het einde van het bezoek verschoof het gesprek van wetenschap naar de mensen die het onderzoek uitvoeren. Merel Langelaar vertelde dat medewerkers nog soms niet eens aan hun omgeving durven te vertellen waar ze werken. Ook bedreigingen van medewerkers kwamen ter sprake.

Dat raakte de minister. Ze had tijdens de rondleiding gezien hoeveel aandacht er is voor dierenwelzijn, welke afwegingen aan onderzoek voorafgaan en hoe verschillende onderzoeksmethoden worden gecombineerd.

De minister vindt het belangrijk dat het BPRC open laat zien wat het doet, waarom dit soort onderzoek nodig is en hoe het gebeurt. “Wat ik hier heb gezien, is hoe ongelooflijk zorgvuldig jullie je werk doen”, zei ze.

Over bedreigingen van medewerkers was ze nog stelliger: “Daar ga ik keihard voor staan.”En medewerkers hoeven zich volgens haar niet te schamen voor het werk dat ze doen. “Dat is niks om je voor te schamen.”

Uiteindelijk gaat het niet alleen over onderzoeksmethoden, modellen of infrastructuur, maar over mensen die ziek worden. Over long covid, infectieziekten, Parkinson en Alzheimer. Over onderzoek, zoals de minister het zelf verwoordde, “wat ook jouw kind helpt, of jouw oma”.