background

Vragen en antwoorden

Welke ziektes helpt BPRC te bestrijden? Waarom is onderzoek op apen nog steeds nodig? Zijn er alternatieven? Wat voor leven hebben de ‘primaten’ eigenlijk bij jullie?


We kunnen ons goed voorstellen dat u graag een duidelijk antwoord krijgt op alle vragen. Wij voelen het dan ook als onze verantwoordelijkheid u zo helder mogelijk te informeren.

We hebben de vragen en antwoorden verdeeld in onderstaande, vijf categorieën. Dit zijn de antwoorden op de meest voorkomende vragen die ons in de loop der jaren zijn gesteld. Zijn we toch iets vergeten? Of roepen sommige antwoorden weer nieuwe vragen op? Stuur dan een e-mail naar info@bprc.nl.

Maak uw keuze uit vragen...
  • Over BPRC

    Vragen over Biomedical Primate Research Centre (BPRC)

    Dodelijke ziektes vormen een bedreiging voor de volksgezondheid. Primatencentra zoals BPRC dragen bij aan de ontwikkeling van levensreddende geneesmiddelen. Ons wetenschappelijk instituut is gevestigd in Rijswijk en er werken ruim honderd mensen; van dierverzorgers en gedragsdeskundigen tot dierenartsen en genetici.

    • Waarom zijn wetenschappelijke instituten zoals BPRC nodig?
      In grote delen van de wereld is de gezondheid van mensen de afgelopen 100 jaar aanzienlijk verbeterd. Dat komt niet alleen door de steeds betere hygiënische omstandigheden, maar voor een groot deel zeker ook dankzij alle medische ontwikkelingen. Zoals door de geneesmiddelen en vaccins die in deze periode zijn ontwikkeld, vaak mede dankzij proefdieronderzoek. Natuurlijk bestaan er nog altijd levensbedreigende ziektes, die niet voorkomen of genezen kunnen worden. Om die ziektes succesvol te kunnen bestrijden, is uitbreiding van onze kennis noodzakelijk. Biomedisch onderzoek vormt de basis voor de ontwikkeling van nieuwe en veilige medicijnen en therapieën.
    • Wat doet BPRC?
      De stichting Biomedical Primate Research Centre (BPRC) is een wetenschappelijk instituut dat biomedisch onderzoek doet naar ernstige ziektes. Denk aan aids, malaria, hepatitis, tuberculose, auto-immuunziektes zoals MS en verouderingsziektes zoals Parkinson en Alzheimer. Ondertussen werken we hard aan de ontwikkeling van onderzoek zónder dierproeven. Daarom werkt élke afdeling van ons instituut aan alternatieve onderzoeksmethoden. Bovendien is er binnen het BPRC een speciale unit voor onderzoek naar alternatieven.
      Maar BPRC doet nog veel meer. Denk aan de samenwerking met dierentuinen én de bijdrage aan de gezondheid van apen in het wild; BPRC-onderzoekers werken intensief aan methodes die op een diervriendelijke manier bijdragen aan het behoud van apensoorten.
    • Welke rol speelt BPRC in het onderzoek naar ernstige ziektes?
      Het BPRC is een van de grootste niet-commerciële primatencentra van Europa en speelt een centrale rol bij het biomedisch onderzoek naar ernstige menselijke ziektes. In het belang van de volksgezondheid verricht BPRC zowel verkennend als toegepast biomedisch onderzoek. Het doel van het verkennend onderzoek is kennis opdoen over het ontstaan en het verloop van chronische- en infectieziektes. Het doel van toegepast onderzoek is een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen of behandelingen voor ernstige ziektes.

      Deze onderzoeken zijn zonder uitzondering langdurige processen, waarbij experimenten met apen nog altijd noodzakelijk zijn. Wij huisvesten en verzorgen de dieren met veel toewijding en aandacht en denken ondertussen mee aan hoe het in de toekomst anders kan. Daarom levert BPRC een zeer actieve bijdrage aan de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven.

      De resultaten van ons onderzoek (met en zonder dieren) houden we bovendien niet voor onszelf. We stellen alle gegevens beschikbaar bijvoorbeeld door publicaties. Daarnaast is onze speciale bio-bank, een waardevolle informatiebron voor organisaties uit binnen- en buitenland.
    • Hoe komt BPRC aan geld voor dat onderzoek?
      Dierenwelzijn staat bij ons werk voorop. De apen moeten zoveel mogelijk ruimte krijgen om zichzelf te zijn en vrij te bewegen. Ze moeten, kortom, een goed leven hebben. En daar moeten voldoende middelen voor zijn. Om daar zeker van te zijn, ontvangt BPRC een jaarlijkse subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
      Niet alleen de Nederlandse overheid gelooft in ons werk. Financiële steun komt ook uit de hoek van internationale overheidsinstanties én van liefdadigheidsinstellingen. De bekendste fondsen die in ons werk geloven, zijn de Bill & Melinda Gates Foundation en de Michael J. Fox Foundation (for Parkinson’s Research).
    • Waarom wordt BPRC gesteund door de overheid?
      Niet-humane primaten inzetten voor biomedisch onderzoek is zeker niet vanzelfsprekend. Integendeel. Dat gebeurt alleen bij gebrek aan geschikte alternatieven. Maar voorlopig is deze vorm van onderzoek nog nodig om ernstige ziektes de wereld uit te helpen. Daarom doet de overheid een beroep op gespecialiseerde primatencentra, zoals BPRC, waar een goede zorg voor proefdieren en wetenschap hand in hand gaan.
    • Kan ik langskomen om te zien wat er bij BPRC gebeurt?
      Iedereen is van harte welkom bij BPRC. Op aanvraag (via e-mail) verzorgen wij rondleidingen voor scholen, studenten en andere belangstellenden. (Veel verslagen van dit soort bezoeken zijn terug te vinden op het internet.) Wij verwelkomen ook graag en vaak ministers, staatssecretarissen en andere beleidsmakers. Verder verzorgen wij op regelmatige tijden open dagen voor buurtbewoners en familieleden en kennissen van onze medewerkers. Op jaarbasis bezoeken ruim 600 mensen ons centrum.
    • Wat doet BPRC om ook in de toekomst van belang te blijven?
      BPRC legt de nadruk op kwaliteit in plaats van kwantiteit. Dat komt in de praktijk op een aantal manieren tot uiting. Zo willen we meer informatie halen uit minder dieren, zodat er minder proefdieren nodig zijn. Verder steken we veel energie in het zoeken naar mogelijkheden om onderzoek te doen zónder dierproeven. Ook besteden we veel aandacht aan ‘ethologisch onderzoek’, waarmee we door het observeren van de apen tot bijvoorbeeld nog betere leefomstandigheden komen. Ook heel belangrijk is ons onderzoek om de situatie van de bedreigde diersoorten in het wild te verbeteren!
    • Hoe ziet de organisatiestructuur van BPRC eruit?
      Eén gespecialiseerde afdeling is verantwoordelijk voor de verzorging en het welzijn van de proefdieren. De wetenschappelijke afdelingen houden zich bezig met biomedisch en preklinisch onderzoek, dat nodig is voordat veelbelovende nieuwe medicijnen veilig op mensen kunnen worden getest. Deze afdelingen zijn gespecialiseerd in virologie, immunobiologie, parasitologie, genetica, ethologie én alternatieven. Bij BPRC werken ruim honderd mensen.

     

    TO TOP ^ << HOME

     

    Image
  • Over het wetenschappelijk onderzoek bij BPRC

    Vragen over het wetenschappelijk onderzoek bij BPRC

    BPRC verricht biomedisch onderzoek waarbij apen worden ingezet als proefdiermodel voor het bestuderen van ernstige ziekten bij de mens.

    • Op welke ziektes richt het onderzoek van BPRC zich?
      BPRC doet onderzoek om bekende ziektes als Parkinson, Alzheimer en Multiple Sclerose (MS) te helpen bestrijden. Op het gebied van infectieziektes doen wij onderzoek naar de behandeling tegen onder meer malaria, aids, dengue, tuberculose en het Zika-virus. Dit is nog maar een greep uit de vele onderzoeksgebieden. BPRC is verder nauw betrokken geweest bij het onderzoek om orgaantransplantatie te verbeteren. Weefsels en bloedmateriaal slaan we op in onze veel geraadpleegde Bio-Bank, zodat niets verloren gaat. Andere onderzoekers kunnen dit materiaal gebruiken voor medisch onderzoek én om bedreigde apensoorten in het wild te helpen overleven.
    • Aan welke resultaten heeft BPRC bijgedragen?
      BPRC heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van veilige orgaan- en beenmergtransplantatieprotocollen. Ook is het Hepatitis B-vaccin, dat nu wereldwijd wordt gebruikt, onder andere binnen BPRC getest. Onderzoek binnen BPRC heeft tot belangrijke inzichten geleid in ziektes als aids, artritis en malaria. Recente doorbraken zijn de ontwikkelingen en verfijning van modellen voor malaria, Multiple Sclerose, Parkinson en tuberculose. Verder heeft BPRC-onderzoek naar alternatieven nieuwe perspectieven aangetoond in het kader van vervanging, verfijning en vermindering van dierproeven.

      Een niet te onderschatten belang van onderzoek bij BPRC is bovendien dat mogelijk 'onveilige' geneesmiddelen en therapieën in een vroeg stadium ontdekt worden.

      Een overzicht van de behaalde resultaten is te vinden in het boekje met onze onderzoeksresultaten.

    • Waarom zijn er nog steeds apen nodig voor biomedisch onderzoek?
      Medisch onderzoek kan nog steeds niet zonder het gebruik van dieren. Cellen in een schaaltje kunnen zich nou eenmaal heel anders gedragen dan in een levend lichaam. Bij een klein deel van deze onderzoeken zijn apen de enige bruikbare proefdieren. In Nederland bepaalt de wet dat apen alleen als proefdier mogen dienen wanneer er geen alternatief voorhanden is.

      Apen staan genetisch het dichtst bij de mens; resusapen en mensen zijn genetisch voor ongeveer 93% genetisch gelijk aan elkaar. Deze nauwe verwantschap blijkt uit de grafiek hieronder. Alleen sommige apensoorten kunnen net als mensen geïnfecteerd worden door dezelfde virussen/parasieten. Verder is de nieuwe generatie geneesmiddelen en therapieën zeer specifiek en alleen werkzaam in de mens of aap. Daarom zijn uitgerekend apen geschikt voor het toetsen van de veiligheid en effectiviteit van nieuwe vaccins, geneesmiddelen en behandelingsmethoden. De keuze om een aap te gebruiken vindt altijd plaats na zorgvuldige overwegingen.
       

      qa_PhylogentreeNed.png

      Dat overheidsinstanties en erkende goede doelen als de Bill & Melinda Gates Foundation en Michael J. Fox ons onderzoek steunen, bewijst onze meerwaarde voor de volksgezondheid.

    • Zijn er alternatieven voor dierproeven?
      De overheid wil geen proeven op mensen als er niet eerst op dieren is getest. Intussen denken we na over hoe onderzoek zonder dieren kan. Want eigenlijk willen we allemaal hetzelfde. Daar waar alternatieven zijn, gebruiken we ze. Om twee redenen, we hoeven geen dieren te belasten en alternatieven zijn goedkoper. Helaas is de ontwikkeling van alternatief onderzoek echter nog niet ver genoeg om alle complexe onderzoeksvragen op te lossen zonder dieren. Voor de duidelijkheid: onderzoekscentra als BPRC hebben voor elk voorgenomen onderzoek toestemming nodig van de ethische commissie. En die beoordeelt onder meer of alle mogelijkheden voor redelijke alternatieven zijn onderzocht.
    • Wat verstaat BPRC onder ‘biomedisch’ onderzoek?
      Wetenschappelijk onderzoek dat in dienst staat van de geneeskunde. Biomedisch onderzoek vormt de basis voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Dankzij biomedisch onderzoek vergaren we de kennis waaruit nieuwe ideeën kunnen ontstaan. Allemaal met oog op het bestrijden van ernstige ziekten die bij mensen kunnen voorkomen.
    • Waarom duurt biomedisch onderzoek vaak zo lang?
      Onderzoek naar ziekten kun je vergelijken met een puzzel van 4.000 stukjes. Elk onderzoek, elke publicatie, is één puzzelstukje binnen het geheel. Ziekteverwekkers en ziektemechanismen zijn afhankelijk van enorm veel factoren die de uitkomst kunnen beïnvloeden. Vele jaren gaan voorbij voordat alles getest is en er zekerheid bestaat over de werking van medicijnen. Daarnaast muteren ziekteverwekkers ook, waardoor er opnieuw naar een oplossing gezocht moet worden.

      Bekijk ons Annual Scientific Report voor de meest recente ontwikkelingen.

    • Het onderzoek bij BPRC wordt toch wel goed gecontroleerd?
      Reken maar! En dat begint al ruim voor het onderzoek. Onze specialisten moeten elk voorgenomen onderzoek eerst voorleggen aan de dierexperimentencommissie (DEC), die het voorstel onafhankelijk beoordeelt. Alleen bij een positief advies – met vervolgens een door de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) verstrekte vergunning - kan de studie doorgaan.

      De uiteindelijke kwaliteit van de onderzoeksprogramma's wordt op drie manieren gegarandeerd. Door middel van:

      • toezicht door een wetenschappelijke adviesraad; die bestaat uit ervaren onderzoekers van vooraanstaande Nederlandse universiteiten.
      • onafhankelijke beoordeling van de onderzoeksresultaten door wetenschappers uit de wereld, ook wel ‘collegiaal getoetste publicaties’ genoemd.
      • wetenschappelijke audits; onafhankelijke algemene controles van het wetenschappelijke programma op locatie.
    • Wat doet BPRC om onderzoek zonder dierproeven te bevorderen?
      Iedereen wil minder dierproeven. Wij ook. Daarom doen wij uitgebreid onderzoek naar alternatieven. Op basis van de principes vermindering, verfijning, vervanging.
      Onderzoek naar het ontwikkelen van alternatieven is binnen BPRC deels ondergebracht in een specifieke, zelfstandige onderzoeksgroep. Daarnaast stimuleren en ondersteunen we het gebruik van alternatieven bij alle afzonderlijke onderzoeksafdelingen.
    • Wat betekent het onderzoek bij BPRC voor de diersoort?
      Wereldwijd worden diverse apensoorten bedreigd met uitsterven. BPRC-onderzoekers werken aan methodes die op een diervriendelijke manier bijdragen aan het behoud van apensoorten. Die inspanningen hebben onlangs geleid tot deze nieuwe technologie.
    • Hebben andere organisaties ook baat bij jullie onderzoek?
      Jazeker. Via onze Bio-Bank: de grootste non-humane primatenbank van Europa. Een internationaal voorbeeld van wetenschappelijk onderzoek volgens de hoogst ethische normen. Hier bewaren en distribueren wij een breed scala aan biologisch materiaal, inclusief weefsels, producten uit serum, bloed en DNA, RNA en B-cellen.

      BPRC stelt op deze manier zeldzame en waardevolle primatenspecimen beschikbaar, zowel voor intern gebruik als voor externe wetenschappers. Onze Bio-Bank kan dienen als alternatieve bron om wetenschappelijke ideeën en ziektemechanismen te onderzoeken, en om nieuwe bioactieve stoffen en biologische producten te testen. Met oog op zo min mogelijk ongerief voor de dieren en lagere onderzoekskosten.

     

    TO TOP ^ << HOME

     

    Image
  • Over proefdierbeleid

    Vragen over proefdierbeleid

    Ons doel is een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen of behandelingen voor ernstige ziekten. Om de onderzoekstaken goed te kunnen uitvoeren is onderzoek met proefdieren in bepaalde gevallen noodzakelijk. BPRC handelt daarbij volgens de Nederlandse Wet op dierproeven (Wod); alleen als er geen alternatieven zijn, mogen apen ingezet worden voor biomedisch onderzoek naar ernstige ziekten. Wij handelen daarbij volgens het principe van de 3V’s: Vervanging, Vermindering en Verfijning van dierproeven.

    • Wat betekent dat principe in de praktijk?
      Het principe van de 3V’s komt er in de basis op neer dat we (dankzij nieuwe technologieën en verbeterde selectiemethoden) het benodigde aantal proefdieren tot het minimum beperken en dat we het leven van de apen zo aangenaam mogelijk maken. Zo willen we meer informatie halen uit minder dieren, zodat er minder proefdieren nodig zijn (vermindering). Verder steken we veel energie in het zoeken naar mogelijkheden om onderzoek te doen zónder dierproeven (vervanging). Ook besteden we veel aandacht aan ‘ethologisch onderzoek’, waarmee we door het observeren van de apen tot nog betere leefomstandigheden komen en door het trainen van onze dieren stress zoveel mogelijk voorkomen (verfijning).
    • Hoeveel apen leven er bij BPRC?
      BPRC huisvest drie soorten apen: de resusaap, de Java-aap en de marmoset. Een groot deel van de in totaal circa 1.500 dieren zit in fok en wordt niet voor experimenten gebruikt. Het overgrote deel, van het dierenbestand bestaat uit resusapen (Macaca mulatta). Deze dieren zijn uniek, omdat ze gekarakteriseerd zijn voor een groot aantal genetische, virologische en immunologische eigenschappen. Dit betekent dat we dieren met zorg voor het juiste type experiment kunnen selecteren. Op die manier is het mogelijk het aantal apen dat nodig is voor een experiment zoveel mogelijk te beperken.
    • Hoe komt BPRC aan apen?
      Alle resus- Java- en marmoset-apen binnen BPRC komen uit eigen fok. Een kostbare onderneming, maar dat maakt stressvol transport uit fokcentra in landen als China en Mauritius overbodig. Wanneer van een bepaalde soort (in een uitzonderlijk geval) meer dieren nodig zouden zijn dan intern gefokt, of wanneer nodig voor ‘vers bloed’, kopen we soms apen in bij andere gespecialiseerde fokcentra in Europa. Er worden NOOIT apen aangeschaft die in het wild zijn gevangen. BPRC volgt alle Europese regelgeving nauwkeurig op.
    • Worden alle apen ingezet voor experiment?
      Nee, slechts circa 10% per jaar. En ze zijn nooit jonger dan 4 jaar (resus- en Java-apen) of 1,5 jaar (marmosets). De jonge dieren blijven tot die tijd in principe in hun geboortegroep. Dit is de leeftijd waarop in de natuur ook migratie naar andere groepen plaatsvindt. Op deze wijze proberen we de natuurlijke patronen zoveel mogelijk na te bootsen.
    • Wat is het voordeel van die werkwijze?
      Door deze aanpak ervaren de dieren minder stress tijdens experimenten, omdat ze mentaal stabieler zijn dan dieren die vroeg uit de geboortegroep zijn weggehaald. Om de fok optimaal te laten verlopen, inteelt te voorkomen én de best mogelijke selectie van dieren voor het onderzoek te waarborgen, werken de koloniemanager (een gedragsdeskundige), dierenartsen en genetici nauw samen.
    • Waarom apen en niet ratten of muizen?
      Apen staan genetisch het dichtst bij de mens; resusapen en mensen zijn genetisch zelfs voor ongeveer 93% genetisch gelijk aan elkaar. Je kunt overigens niet zomaar elke primaat inzetten voor elk onderzoek. Welke primaat geschikt is voor welk onderzoek, hangt af van allerlei factoren. De koloniemanager bepaalt samen met dierenartsen welke dieren geschikt zijn voor welke studies. De vrouwen binnen de kolonies hebben overigens een 50/50-kans dat ze nooit voor experimenten worden ingezet, omdat ze nodig kunnen zijn voor de fok.
    • Wat gebeurt er met de dieren na een experiment?
      Vaak is voor het onderzoek op het eind ook onderzoek aan de organen nodig. Wanneer dit niet het geval is, is het eventueel mogelijk om dieren in een andere studie in te zetten, rekening houdend met de regelgeving en met oog op de mate van ongerief. De meeste apen die in studie komen, worden uiteindelijk - om onderzoeksredenen of dierenwelzijnsredenen - geëuthanaseerd. De wetgever controleert jaarlijks hoeveel dieren voor experimentele doeleinden zijn gebruikt.
    • Wat gebeurt er met dode dieren?
      Elke overleden aap is weefsel- en orgaandonor. Dit materiaal wordt opgeslagen in onze Bio-Bank: de grootste non-humane primatenbank van Europa, waar wetenschappers uit de hele wereld gebruik van mogen maken, voor alternatieve manieren van onderzoek.
    • Doet BPRC ook cosmeticaonderzoek?
      BPRC verricht geen onderzoek voor de ontwikkeling van cosmetica (zoals verboden in de Nederlandse wet op dierproeven), recreatieve drugs of wapens. BPRC verricht onderzoek naar levensbedreigende en ernstige ziekten bij de mens. Daarnaast doen we onderzoek naar gedrag en diergeneeskunde.

     

    TO TOP ^ << HOME

     

    Image
  • Over dierenwelzijn

    Vragen en antwoorden over dierenwelzijn

    BPRC staat hoog aangeschreven als het gaat om kennis, koloniebeheer, huisvesting en verzorging van de dieren. We passen verfijnde technieken toe om het ongerief van de dieren zo veel mogelijk te beperken en voeren een transparant beleid op het gebied van dierenwelzijn. Allemaal vanuit de gedachte dat onze apen het verdienen een zo aangenaam mogelijk leven te leiden met zo min mogelijk stress en pijn. En dat betekent ook dat ze mogelijkheid hebben om ‘soortspecifieke’ en natuurlijke gedrag te vertonen.

    • Hoe huisvest BPRC de apen?
      Een grote investering van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W) heeft ons in staat gesteld om (in overleg met dierenwelzijnsexperts!) grote groepskooien te maken voor de fok van de dieren. Zodoende heeft er een complete vernieuwing plaatsgevonden van de dierenverblijven. Met als resultaat dat de apen in de fok nu in een ruime, moderne, sociale leefomgeving gehuisvest zijn. Naast de grote sociale groepen in de fok heeft BPRC voor de experimentele faciliteiten grote kooien ontwikkeld, waarin dieren altijd sociaal gehuisvest worden. Daarnaast houden onze gedragsdeskundigen zich dagelijks bezig met de huisvesting en samenstelling van de sociale groepen.
    • Hebben de apen een rotleven bij BPRC?
      Zolang dierproeven moeten gebeuren, maken wij het voor de dieren zo aangenaam mogelijk. Onderzoek met dieren vindt plaats om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van vaccins en medicijnen tegen levensbedreigende en ernstige ziektes wereldwijd. Maar dan wel zo dat de dieren die hiervoor worden ingezet het zo goed mogelijk hebben. Zij worden geboren in dienst van de wetenschap, daarom verdienen ze een zo mooi mogelijk leven en daar proberen we ons elke dag opnieuw hard voor te maken. Daarom verblijven ze sowieso de eerste jaren (resus- en Java-apen tot 4 jaar en marmosets tot 1,5 jaar) in hun geboortegroep. Een groot deel van de populatie wordt überhaupt nooit ingezet bij experimenten.
    • Wat doen jullie om dat leven zo aangenaam mogelijk te maken?
      De buitenverblijven zijn grote kooien met voor de apen volop mogelijkheden om zich vrij te bewegen en lekker uit te leven. Om die leefomstandigheden te ‘verrijken’ maken ze volop gebruik van de speelmaterialen, zoals brandslangen, zitbalken, ballen, trapezes en spiegels*. Onze dierverzorgers zijn zelfs in de prijzen gevallen voor hun inzet om de leefomstandigheden van de apen in BPRC op hoog niveau te brengen. Belangrijk onderdeel van ons beleid is ook de zogeheten ‘voedselverrijking.’ Dat betekent dieren die onder een experimenteel protocol vallen iedere dag iets nieuws aanbieden, variërend van ijsjes tot voedselpuzzels. In het handboek 'Enrichment Manual for macaques and marmosets' (gemaakt in samenwerking met het grote EU-project EUPRIM-NET) hebben we alle vormen van omgevingsverrijking, die binnen BPRC voor de verschillende primatensoorten gebruikt worden, beschreven en uitgelegd. Instituten vanuit de hele wereld hebben dit boekje opgevraagd, zodat ook zij hun dieren een zo aangenaam mogelijk leven kunnen bieden. Dit document is hier te downloaden.
      * In het verleden hebben verschillende organisaties materialen voor omgevingsverrijking geschonken (bijvoorbeeld oude tennisballen, banden, touwen, brandslangen). Deze materialen werden geschonken door organisaties zoals scholen, sportclubs en brandweerkorpsen. BPRC stelt schenkingen aan het fonds voor omgevingsverrijking nog steeds op prijs.
    • Hoe bereiden jullie de apen voor op experimenten?
      BPRC houdt zich al een aantal jaren bezig met diertraining gericht op vrijwillige medewerking van de dieren. Met als doel experimenten zo soepel en stressvrij mogelijk te laten verlopen. Diertraining is dan ook een wezenlijk onderdeel van ons verrijkingsplan. Als een dier leert meewerken, bijvoorbeeld door een hand te geven, vermindert de stress tijdens de uitvoering van bepaalde handelingen. Met zogeheten ‘Positive Reinforcement Training (PRT)’ belonen we gewenst gedrag (bijvoorbeeld met pinda’s en rozijnen) en negeren we ongewenst gedrag. Deze zeer effectieve methode is gebaseerd op het natuurlijke vermogen van dieren om te leren door ervaring.
    • Hoe erg lijden de apen?
      Dierproeven zijn in Nederland aan strenge regels gebonden. Elk dier heeft tenslotte recht op een leven met zo min mogelijk pijn en angst. Wanneer leed in de lijn der verwachting ligt voor een nieuw onderzoek, moet dit goed beargumenteerd worden. De DEC en de CCD (extern organen) maken de afweging tussen wetenschappelijk belang en het verwachte dierenleed. Onderzoeken moeten zo ontworpen zijn dat dierenleed tot een absoluut minimum beperkt blijft. Dit betekent ook dat dierverzorgers daar een rol in spelen door het trainen van de apen op research settings om stress te voorkomen. Dierenartsen werken elke dag aan betere manieren om met de de apen om te gaan.
    • Wat bedoelen we met het woord ‘ongerief’?
      Ongerief is gebrek aan welzijn in de ruimste zin van het woord. Denk hierbij aan pijn en ziekte, maar ook aan stress, of de afwezigheid van natuurlijke huisvesting. Ondanks dat ‘ongerief’ dus een zeer breed begrip is, wordt de hoeveelheid ongerief wel bijgehouden, met behulp van een scoresysteem. In de oude wetgeving liep dit scoresysteem van 1 tot 6. In de in 2014 gewijzigde WoD wordt het ongerief gekarakteriseerd als mild, matig, ernstig of ernstig overstijgend.
    • Kun je van dieren houden als je bij BPRC werkt?
      Reken maar. Sterker nog, dierverzorgers maken voor de apen het verschil. Zij proberen het leven van de apen zo goed en leuk mogelijk te maken. Ze gaan toch van de dieren houden en ook zij vinden het moeilijk als ze in experiment gaan, ook al weten ze waarom dit gebeurt. Wij huisvesten en verzorgen de dieren met veel toewijding en aandacht en denken ondertussen mee aan hoe het in de toekomst anders kan. Daarom levert BPRC een zeer actieve bijdrage aan de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven.
    • Kan ik een rondleiding krijgen?
      Iedereen is van harte welkom bij BPRC. Op aanvraag verzorgen wij rondleidingen voor scholen, studenten en groepen andere belangstellende burgers. Veel verslagen van dit soort bezoeken zijn terug te vinden op het internet. Wij verwelkomen ook graag en regelmatig ministers, staatssecretarissen en andere beleidsmakers. Op jaarbasis bezoeken ruim 600 mensen BPRC.
    • Mogen we dan overal komen?
      In principe wel, maar dieren in de experimentele faciliteit stellen we liever niet bloot aan veel stress (door onbekenden binnen te laten). Bovendien moet je voor de besloten omgeving (waar we de dieren trainen voor experimenten en waar ze in studies zitten) gecontroleerd zijn op tuberculose, want daar zijn de dieren gevoelig voor. Verder moeten mensen zich volledig omkleden en mondkappen op en mogelijk douchen. We zijn zo voorzichtig, omdat deze dieren gevoelig zijn voor een aantal van onze ziektes.

     

    TO TOP ^ << HOME

     

    Image
  • Over samenwerking

    Vragen en antwoorden over samenwerkingen

    BPRC heeft de blik naar buiten gericht en andersom weten veel organisaties ons te vinden. We werken dan ook samen met veel andere organisaties, binnen en buiten onze sector. Van universiteiten en ziekenhuizen tot dierentuinen en andere primatencentra. Ook krijgen we steun van wetenschappelijke fondsen als de Bill & Melinda Gates Foundation en Michael J. Fox Foundation (for Parkinson’s Research) en vanuit de EU; zij geloven dat wij met ons onderzoek een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de doelen die zij nastreven.

    • Wat bereikt BPRC met al die samenwerkingen?
      Alles wat we doen, staat in het teken van de wetenschap, volksgezondheid én dierenwelzijn. Elke subsidie van de overheid en van wetenschappelijke fondsen draagt weer bij aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen, de verbetering van de volksgezondheid én aan de kennis over en het welzijn van apen, over de hele wereld! Kennis die wij weer kunnen delen met andere partijen die onderzoek verrichten naar de gezondheid van mens en dier.
    • Hebben dieren buiten BPRC ook iets aan het onderzoek?
      Jazeker, dieren in dierentuinen én zelfs in het wild profiteren ook van ons werk. Naast het leveren van een bijdrage aan de gezondheid van mensen staat ons werk ook in het teken van het welzijn van dieren. Er zijn samenwerkingsverbanden met dierentuinen, maar BPRC levert ook een bijdrage aan de gezondheid van apen in het wild, als het gaat om infectieziektes en de genetische typering van individuen om zo, bijvoorbeeld, inteelt in het wild tegen te gaan en de ziektes die hierdoor kunnen ontstaan. BPRC-onderzoekers werken intensief aan methodes die op een diervriendelijke manier bijdragen aan het behoud van apensoorten.
    • Op welke manier dragen jullie bij aan ander onderzoek?
      De biologische materialen van ons onderzoek (met en zonder dieren) houden we niet alleen voor onszelf. We stellen ook materialen beschikbaar via onze Bio-Bank: de grootste niet-humane primatenbank van Europa. Een internationaal voorbeeld van wetenschappelijk onderzoek volgens de hoogst ethische normen. Hier bewaren en distribueren wij een breed scala aan biologisch materiaal, inclusief weefsels, producten uit serum, bloed en DNA, RNA en B-cellen. Cellen en weefsels die goud waard zijn voor andere onderzoeksinstellingen, bedrijven en instanties die zich bezighouden met biomedisch onderzoek.
      BPRC stelt op deze manier zeldzame en waardevolle primatenspecimen beschikbaar, zowel voor intern gebruik als voor externe wetenschappers. Onze Bio-Bank kan dienen als alternatieve bron om wetenschappelijke ideeën en ziektemechanismen te onderzoeken, en om nieuwe bioactieve stoffen en biologische producten te testen. Met oog op zo min mogelijk ongerief voor de dieren en lagere onderzoekskosten.
    • Werken jullie ook samen met andere instituten en vakgenoten?
      BPRC werkt op internationaal vlak samen met verschillende universiteiten, onderzoeksinstituten en wetenschappers. We zijn vertegenwoordigd in (nationale en internationale) bestuursorganen die zich bezighouden met proefdiergebruik. Onze onderzoekers, dierverzorgers, dierenartsen en ethologen nemen bovendien actief deel aan verschillende (inter)nationale congressen waarbij ze ervaringen uitwisselen met vakgenoten. Ook zijn we actief betrokken bij organisaties als de Biotechnische Vereniging, de Nederlandse Vereniging voor Proefdierkunde, en de Europese Vereniging voor Dierenartsen.
    • Wat leveren die samenwerkingen op?
      Een bijdrage aan de 3V’s (vervanging, verfijning en vermindering van dierproeven) en daarmee aan dierenwelzijn. Denk aan voeding, huisvesting en verzorging. Dankzij het uitwisselen van ervaringen met vakgenoten is het mogelijk om met elkaar een lijn te trekken voor de gehanteerde methoden en protocollen.
    • Hoe ziet de samenwerking met de dieren zelf eruit?
      BPRC houdt zich al een aantal jaren bezig met diertraining, gericht op vrijwillige medewerking van de dieren. Met als doel de experimenten zo soepel en stressvrij mogelijk te laten verlopen. Dat is goed voor het dierenwelzijn en voor het onderzoek. Vanuit die gedachte zijn de diertrainers van BPRC voortdurend actief met innovatieve methoden om de onderzoeken zo optimaal mogelijk te laten verlopen. In internationaal verband zijn onze diertrainers ook betrokken bij het verder ontwikkelen van die methoden. En zij delen hun kennis met andere instituten, onder andere door het geven van lezingen of workshops.

     

    TO TOP ^ << HOME

     

    Image
  • Over onze apen

    Vragen en antwoorden over onze apen

    Primaten vallen onder de zoogdieren, waartoe alle halfapen en apen worden gerekend. De wetenschappelijke naam "Primates" betekent "eersten". Mensen vallen ook onder de primaten. Daarom onderscheiden we twee groepen. Humane primaten, mensen dus, en niet-humane primaten, de apen. BPRC huisvest drie soorten apen: resusapen, Java-apen, en common marmosets (witoorpenseelaap)

    • Wat zijn resusapen (Macaca mulatta)?
      Herkomst

      Resusapen komen voor in deze Aziatische landen: Afganistan, Noord-India, Nepal, Bangladesh, Myanmar, Noord-Thailand, Laos, Noord-Vietnam en Zuid-China. Daar leven ze in graslanden en beboste streken en in gebergte tot 2.500 meter hoogte. Ze worden ook veel gespot in steden en tempelcomplexen. Resusapen overleven goed in zowel hitte als vrieskou, in de winter hebben zij ook een dikkere vacht. Ze worden ongeveer 28 jaar oud, maar kunnen ouder dan dertig jaar worden.

      Uiterlijke kenmerken

      Resusapen hebben een rossige, gele vacht en een veel lichtere buik. Hun gezichten zijn kaal en roze. Het gezicht van vrouwen kan in de vruchtbare periode rood kleuren. Volwassen dieren zijn tot 64 cm lang en hebben een staart van 18 tot 30 cm. Mannen wegen rond de tien kilo, vrouwen vaak maar de helft.

      Gedrag

      Resusapen kunnen goed en snel klimmen en ze zijn gek op zwemmen. Ze leven in sociale groepen, variërend van elf tot zeventig dieren en gemiddeld met twintig dieren. Een groep bestaat uit hoofdzakelijk vrouwen en een paar mannen. Jongen worden door de hele groep opgevoed. Jongetjes verlaten de groep rond hun vierde tot vijfde levensjaar. Dan vechten ze binnen in een andere groep om zich daar voort te planten. Resusapen zijn agressieve dieren met binnen een groep een strikte rangorde.

      Voeding

      Ze eten voornamelijk plantaardig voedsel, meestal kruiden, maar ook bladeren, naalden en wortels. Ook grijpen ze soms ongewervelde dieren en zelfs kleine gewervelden of vogels. Resusapen hebben wangzakken, waar ze tijdelijk voedsel in opslaan.

      Voortplanting

      In Noord-India is de voortplanting van resusapen seizoensgebonden. In warmere gebieden planten zij zich het hele jaar voort. Na een draagtijd van 135 – 194 dagen krijgen ze (meestal) 1 jong. Vrouwen zijn geslachtsrijp rond het derde jaar en krijgen meestal rond hun vierde of vijfde jaar hun eerste kind. Mannen zijn na ongeveer vier jaar geslachtsrijp.

      BPRC werkt met resusapen, omdat…

      Zij genetisch rond de 93% gelijkenis vertonen met mensen. En kijk je naar genen die belangrijk zijn voor het afweersysteem, dan kom je soms zelfs uit op 97% gelijkenis. Door te bestuderen hoe de corresponderende genen van apen zich gedragen, kunnen we een zo goed mogelijk beeld krijgen van de werking van menselijke genen.

      Hoe resusapen leven bij BPRC

      Dieren in de fok leven in natuurlijk groepen in dezelfde samenstelling als in het wild. Ze wonen in grote binnen- en buitenverblijven, voorzien van klim- en speelmateriaal. Apen in voorbereiding op een experiment trainen we intensief. Gebruikmakend van hun nieuwsgierigheid worden ze vertrouwd gemaakt met experimentele situaties, waarbij we gewenst gedrag belonen.

      Apen in experiment leven in kleinere verblijven, waarin de verzorgers de dieren goed in de gaten houden. Apen gaan nooit alleen in experiment, maar altijd samen met vriendjes, broers of zussen. Ze krijgen veel vermaak aangeboden, zoals bijvoorbeeld voedselpuzzels en materiaal om te scheuren.

    • Wat zijn Java-apen (Macaca fascicularis)?
      Herkomst

      Java-apen komen voor in de tropische gebieden van Zuidoost-Azië. Denk aan Zuid-Myanmar, Thailand, Zuid-Laos, Cambodja, Zuid-Vietnam, Maleisië, Indonesië en de Philippijnen. Daar leven ze in beboste streken bij rivieren. En niet alleen hoog in de bomen, maar ook op de grond. En ze worden veel gezien in steden en tempelcomplexen.

      Uiterlijke kenmerken

      Java-apen hebben een grijsbruine vacht en een veel lichtere buik. Hun deels behaarde gezichten zijn bruin. Verder zijn ze te herkennen aan het kleine kuifje op hun hoofd. De vrouwen krijgen op volwassen leeftijd soms baarden. Volwassen dieren zijn tot 50 cm lang, met een staart van 50 - 60 cm. Mannen wegen rond de 6-8 kilo, vrouwen vaak maar de helft.

      Gedrag

      Java-apen kunnen goed en snel klimmen en ze zijn gek op zwemmen. Ze leven in sociale groepen van gemiddeld dertig dieren. Een groep bestaat uit hoofdzakelijk vrouwen en een paar mannen. Kinderen worden door de hele groep opgevoed. Jongetjes verlaten de groep rond hun vierde tot vijfde levensjaar. Dan vechten ze binnen in een andere groep om zich daar voort te planten. Binnen de groep heerst een strikte rangorde.

      Voeding

      Java-apen eten voornamelijk fruit. Daarnaast houden ze ook van bladeren, knoppen, gras, bloemen, zaden, insecten, garnalen, kikkers en krabben. Hierdoor staan ze ook wel bekend als ‘crab eating macaques’.

      Voortplanting

      Java-apen planten zich het hele jaar voort. Elke een à twee jaar krijgen ze (meestal) 1 jong. Vrouwen zijn geslachtsrijp rond het vierde jaar. Java-apen worden ongeveer 30 - 35 jaar oud.

      BPRC werkt met Java-apen, omdat…

      … Gedragsdeskundigen onze sociale groepen Java-apen dagelijks bestuderen. Niet alleen leren we op die manier veel over hun gedrag, maar door ze steeds beter te leren kennen, zijn wij ook beter in staat stress te voorkomen bij experimenten. Bovendien leert hun gedrag ons meer over menselijk sociaal gedrag. Daarnaast zetten we Java-apen soms ook in voor biomedische experimenten.

      Hoe Java-apen leven bij BPRC

      Dieren in de fok leven in natuurlijk groepen in dezelfde samenstelling als in het wild. Ze wonen in grote binnen- en buitenverblijven, voorzien van klim- en speelmateriaal. Apen in voorbereiding op een experiment trainen we intensief. Gebruikmakend van hun nieuwsgierigheid worden ze vertrouwd gemaakt met experimentele situaties, waarbij we gewenst gedrag belonen. Apen in experiment leven in kleinere verblijven, waarin de verzorgers de dieren goed in de gaten houden. Apen gaan nooit alleen in experiment, maar altijd samen met vriendjes, broers of zussen. Ze krijgen veel vermaak aangeboden, zoals bijvoorbeeld voedselpuzzels en materiaal om te scheuren.

    • Wat zijn common marmoset-apen (Callitrix jacchus)?
      Herkomst

      Common marmosets komen oorspronkelijk voor aan de noordoostkust van Brazilië. Ze leven voornamelijk in de jungle. En door te ontsnappen uit gevangenschap leven ze ook in Rio de Janeiro.

      Uiterlijke kenmerken

      De vacht van deze kleine aapjes is veelkleurig; bruin, grijs, geel en wit. Hun lange staart is gestreept en ze hebben witte kwastjes rondom hun oren. Hun snuit is roze tot donkerbruin bij de neus, wanneer ze veel in de zon hebben gezeten. Volwassen dieren zijn tot 19 cm lang en hebben een staart van 20 - 25 cm. Deze dieren wegen rond de 300-400 gram.

      Gedrag

      Marmosets leven in stabiele, uitgebreide families van gemiddeld negen dieren. De groep bestaat uit een of twee broedvrouwen en een broedman met hun kinderen en ouders. Soms verlaten marmosets hun geboortegroep wanneer ze volwassen worden. Binnen de groep is het parende stel dominant. Verder is de sociale rangorde gebaseerd op leeftijd. Marmosets worden gemiddeld 12-15 jaar oud.

      Voeding

      Marmosets eten voornamelijk gom uit de boom, fruit, insecten, zaden, bloemen, slakken, hagedissen en eieren.

      Voortplanting

      Marmosets leven in stabiele, uitgebreide families. Meestal is er sprake van één monogaam broedend paartje, dat meestal tweelingen krijgt! Al snel na de geboorte is de vrouw weer zwanger. Vader en broers en zussen dragen de jongen.

      BPRC werkt met marmoset-apen, omdat…

      … Marmosets gevoelig zijn voor het opwekken van een aantal belangrijke menselijke ziekten, zoals MS, Parkinson en Alzheimer. Daarnaast zijn deze kleine dieren goed in staat een aantal taken te leren, waardoor afwijkingen na het opwekken van de ziekte snel zijn te herkennen. Met als resultaat dat nieuwe medicijnen of therapie nauwkeurig getest kunnen worden.

      Hoe marmoset-apen leven bij BPRC

      Dieren in de fok leven in natuurlijk groepen in dezelfde samenstelling als in het wild. Ze wonen in grote binnen- en buitenverblijven, voorzien van klim- en speelmateriaal. Apen in voorbereiding op een experiment trainen we intensief. Gebruikmakend van hun nieuwsgierigheid worden ze vertrouwd gemaakt met experimentele situaties, waarbij we gewenst gedrag belonen. Apen in experiment leven in kleinere verblijven, waarin de verzorgers de dieren goed in de gaten houden. Apen gaan nooit alleen in experiment, maar altijd samen met vriendjes, broers of zussen. Ze krijgen veel vermaak aangeboden, zoals bijvoorbeeld voedselpuzzels en materiaal om te scheuren.

     

    TO TOP ^ << HOME

     

    Image

    Links: Java-aap, boven: resusaap, onder: common marmoset-aap.